Aan het ontbijt buitelen de onderwerpen voor een stukje over tafel: saaie begrotingsbesprekingen, de twee lezingen die ik hoorde: de een over het moderne overheidsbestuur en de ander over de ontwikkelingen in het openbaar vervoer, de stagnerende emancipatie (zat ik gisteren toch in een vergadering met een man of veertig waar ik een van de twee vrouwen was), de overtuiging van zeker 70% van mijn leerlingen dat er ‘na de dood nog iets is’ en de schrik dat van die leerlingen per klas (ik heb er 19…) steeds maar ongeveer vijf donor willen zijn. Maar het onderwerp dat wint is dit: de burn out.

De kranten stonden er bol van: in Nederland is het aantal burnouts dramatisch gestegen vooral onder de millennials. De vakbonden schieten meteen in een voorspelbare groef: het komt omdat de druk op de jongeren van tegenwoordig zo hoog is. Letterlijk hoorde ik in een radioprogramma zeggen ‘het onderwijs legt een enorme druk op en de arbeidsprestaties die geleverd moeten worden zijn hoog’. Waarop uiteraard de tegenvraag werd gesteld ‘en was dat na de Tweede Wereldoorlog zoveel beter?’

Ik heb hier al eerder eens geschreven over ouders die vinden dat onvoldoendes die hun kinderen scoren, de schuld zijn van de docenten. In dat radioprogramma reageerden die ‘specialisten’ niet anders: een burnout is de schuld van de maatschappij.

Toen er cijfers, feiten en gegevens werden gepresenteerd gebaseerd op onderzoek, werden die glashard ontkend. Ook een fenomeen wat u vast wel herkent. Een feit komt iemand niet uit (bij alles wat je zelf overkomt, heb je zelf een rol) en dan wordt degene die de feiten presenteert op een bepaalde uiteraard negatieve of belachelijke manier geframed.

Logisch dus dat toen de hoogleraar over de oorzaken van burnout en uitval zei dat als je in je vroegste jeugd niet geleerd hebt om tegenslag te verwerken, de kans op uitval groter is, dat (onderzoeks-) feit, ontkend werd. En natuurlijk moeten zaken evenwichtig verdeeld worden, en natuurlijk moet je altijd ook naar externe factoren kijken maar de interne kan je niet laten liggen.

Het lijkt zo simpel. Kinderen leren om te gaan met tegenslag. Niet alles mag, niet alles kan, en soms gaat weleens iets fout. Het torentje kan omvallen als je zelf het laatste blokje er op legt; snoep is niet altijd beschikbaar; speelgoed afpakken van andere kindjes mag niet; en buiten de lijntjes kleuren is niet zo netjes. Tegenslag verdragen is simpelweg het leren accepteren van grenzen en beperkingen. Anders wordt het slappe hap. Dat is van alle tijden.

Kennelijk vinden de laatste dertig jaar de zoekende en onzekere ouders dat niet meer zo simpel. Dus krijg je grenzeloze kinderen, grenzeloze mensen. De twintigers op de radio leken er zelf het vleesgeworden bewijs van: zij bleven bij hun millenniummening ‘een burnout ligt niet aan hoe goed iemand met tegenslag kan omgaan maar aan de maatschappij.’ Natuurlijk.

Ik wens ieder kind van de toekomst een flinke dosis tegenslag en een doosje verdriet zodat hem wellicht een burnout bespaard blijft.

Maar ach, garanties voor de toekomst? U weet, die worden niet gegeven.

Reageer op dit artikel

Elke avond het laatste nieuws uit Rijswijk? Gratis abonneren!