Tussen 1911 en 1985 had de gemeente Rijswijk een eigen energiebedrijf: het Gemeentelijk Energiebedrijf (GEB) Rijswijk. Eind jaren ’80 ontstond door verdergaande samenwerking met het GEB Leidschendam hieruit het Energiebedrijf Rijswijk-Leidschendam (ERL). Vroeger… dat waren nog eens tijden! Toen het energiebedrijf nog dreigde om hele wijken af te sluiten, als het verbruik niet afnam. (https://www.trouw.nl/home/dreigen-met-stroomstop-in-woonwijken-lijkt-voorbarig~af6fdb66/) Iets wat tegenwoordig ondenkbaar is. Maar je was in elk geval blij dat de gemeente nog een vinger in de pap had om dergelijke zaken te voorkomen. Midden jaren ’90 werd het ERL overgenomen door Eneco, waar het aan het einde van het 2e millennium geheel in opging. Dat gold overigens voor alle publieke (lokale) energiebedrijven. Als gevolg van die overname bezit de gemeente Rijswijk aandelen met een geschatte marktwaarde van tussen de 40 en 50 miljoen euro. Dat geld heeft de gemeente dus niet in de portemonnaie, maar zij ontvangt jaarlijks wel zo’n €900.000 euro dividend.

Veel gemeenten zien het publiek nut niet meer in van het bezit van deze aandelen. Dit standpunt wordt inmiddels ook door de Rijswijkse gemeenteraad gedeeld. Na de verkiezingen wordt de knoop over verkoop definitief doorgehakt. Maar als de aandelen dus worden verkocht, ontvang de gemeente ineens een grote som geld. Veel inwoners vragen zich vervolgens af: en wat doet de gemeente dan met 50 miljoen euro? En dat is een hele terechte vraag. Een vraag overigens waar ik en mijn partij Onafhankelijk Rijswijk een heel nuchter en eerlijk antwoord op kunnen geven.

Rijswijk heeft op dit moment een schuldenlast van ruim 300 miljoen euro. Een deel van die schulden bestaat uit leningen met een hogere rente. Om ‘het huishoudboekje’ op orde te houden en die schuld niet verder te laten groeien, ligt het dus voor de hand om allereerst een bedrag aan schulden af te lossen, waarvan de jaarlijks betaalde rente tenminste gelijk is aan het jaarlijkse dividend dat uit de aandelen Eneco werd verkregen. Per jaar komt er zo dus 9 ton minder binnen binnen, maar er wordt tegelijkertijd 9 ton minder aan rente betaald. Dat effect noem je ‘budgettair neutraal’.

Het bedrag dat (mogelijk) overblijft, kan het beste aan de reserves worden toegevoegd. Waarom? Rijswijk heeft nog altijd een risicodragende investering in de vorm van RijswijkBuiten met een boekwaarde (eind 2016) van bijna 160 miljoen euro op de balans staan, en staat op het punt om de reserves verder op te maken (en de risico’s verder te vergroten) door ontwikkeling van het Huis van de Stad (32 miljoen euro) en daar zit nog geen parkeergarage bij. In zulke financieel spannende tijden is het maar beter om de financiële reserves op peil te houden, want de voorbeelden over stadhuis-vernieuwingen die qua kosten uit de hand lopen, zijn talrijk. Wij moeten ervoor waken dat straks op essentiële en voor de burger nuttige voorzieningen moet worden bespaard, omdat sommige politici per sé in een statig gerenoveerd stadhuis willen zitten.

Reageer op dit artikel

Elke avond het laatste nieuws uit Rijswijk? Gratis abonneren!